Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

keyword: Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Een investeringsbeslissing wordt genomen op basis van een berekening. Dit kan zijn de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit. Er wordt in deze berekening rekening gehouden met toekomstig ingaande en uitgaande geldstromen, die voortkomen uit de investering (of het project). Een investering/project kan verschillende zaken omvatten. Denk bijvoorbeeld aan de investering in nieuwe machines in een fabriek of de aanschaf van onroerend goed voor de verhuur ervan. Er wordt geïnvesteerd in vaste of vlottende activa.

Bepalen geldontvangsten

Op basis van de ingaande geldstromen en de gelduitgaven die ontstaan als gevolg van de investering, ontstaat het bedrijfsresultaat. De gelduitgaven die voortkomen uit de investering zelf worden niet in deze berekening meegenomen. Er zal in de berekening van de ingaande en uitgaaande geldstromen wel rekening gehouden moeten worden met belastingen (vennootschapsbelasting). De rentekosten worden buiten beschouwing gelaten, dit zijn de secundaire geldstromen. Wel dienen de afschrijvingen van de investering te worden opgeteld bij de geldontvangsten.

Formule:

Ingaande geldstromen -/- uitgaande geldstromen -/- belastingen + afschrijvingen = resultaat investering

Beoordeling van investeringen

Er zijn verschillende methode om investeringen te kunnen beoordelen. Op basis van berekeningen kan een investeerder beslissen of het project/investering aanvaardbaar is. Wij maken nu onderscheid in twee groepen. De eerste groep is zijn de boekhoudkundige methoden en de tweede groep zijn de economische methoden. Bij de boekhoudkundig methoden wordt er geen rekening gehouden met de tijd. Dit betekent dat € 1.000 vandaag evenveel waard is als € 1.000 over een jaar. Bij de economische methoden wordt met een rentefactor wel rekening gehouden met de tijdswaarde van geld.

Boekhoudkundige methoden:
-De boekhoudkundige terugverdienperiode
-De gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Economische methoden:
-De economische terugverdienperiode
-De nettocontantewaardemethode (NCW-methode)

Voorbeeld berekening gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

-Investering: € 1.00.000
– Jaarlijkse netto geldontvangsten: € 300.000
– Restwaarde investering: € 200.000 (dit is het bedrag waarvoor een investering aan het eind van de investeringstermijn kan worden verkocht).
– Investeringstermijn: 4 jaar.

Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Onderstaand wordt de berekening van de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit om investeringsprojecten te  beoordelen weergegeven.

Bij de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit (GBR) wordt de gemiddelde netto geldontvangst die het gevolg is van een investering, gedeeld door het gemiddeld geïnvesteerde vermogen. Hiervoor wordt de navolgende formule gehanteerd:

GBR= gemiddelde netto geldontvangst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen x 100%

Om het gemiddeld geïnvesteerde vermogen te berekenen is aangenomen in de berekening dat het vermogen evenredig daalt naar het niveau van de restwaarde. In het geval van de voorbeeld cijfers loopt de vermogenswaarde van € 1.000.000 in jaar 0 tot het bedrag van de restwaarde van € 200.000 in jaar 4. Het gemiddeld geïnvesteerd vermogen wordt als volgt berekend:

Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = € 1.000.000 (investering) + € 200.000 (restwaarde) / 2 = € 600.000

De gemiddelde netto geldontvangst berekenen door de gelduitgaven en de geldontvangsten bij elkaar op te tellen. Vervolgens wordt dit bedrag gedeeld door het aantal jaren van de investeringstermijn. De formule ziet er dan als volgt uit:

Gemiddelde netto geldontvangst = -/- € 1.000.000 (investering) + € 300.000 + € 300.000 + € 300.000 + € 300.000 (geldontvangsten jaar 1 tm 4) + € 300.000 (restwaarde) / 4 (investeringstermijn).

€ 500.000 / 4 = € 125.000

We hebben nu het gemiddeld geïnvesteerd vermogen en de gemiddelde netto geldontvangst berekend. We pakken de formule van de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit er weer bij en gaan deze invullen: GBR= gemiddelde netto geldontvangst / gemiddeld geïnvesteerd vermogen x 100%

Gemiddelde netto geldontvangst € 125.000 / gemiddelde geïnvesteerd vermogen €  600.000 * 100% = 20,83%

Conclusie berekening gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Over de totale levensduur van het project of investering wordt er per jaar een gemiddelde rentabiliteit verwacht van 20,83% over het gemiddeld geïnvesteerd vermogen. Als de gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit hoger is dan de gemiddelde kosten van het totale vermogen, dan is het project aanvaardbaar. De rentabiliteit van de investering is dan hoger dan de gemiddelde kosten van het totale vermogen. De kosten van het totale vermogen zijn de kosten die een vergoeding zijn voor de aandeelhouders, de vergoeding van vermogensverschaffers en van de vennootschapsbelasting.

Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
 

Vind je dit nuttige informatie?

Deel deze pagina via de sociale media (zie buttons links)
Like ons op Facebook (zie likebox rechts)

Alvast bedankt!
 
 
keyword: Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Rentabiliteit

Op deze website vind je veel informatie over de rentabiliteit van een organisatie. Gebruik het menu om meer informatie te lezen of gebruik de calculator waarmee je een berekening kunt maken. Bekijk ook de andere websites over de kengetallen, zoals de solvabiliteit of liquiditeit.

Rentabiliteit of rendabiliteit is de verhouding tussen de winst (inkomen)  en het eigen vermogen.

Met de rendabiliteit kun je investeringsbeslissingen voor de langere termijn nemen. In de praktijk maakt een investeerder een afweging tussen het risico en het rendement per investering of project, waardoor het van belang is per project de rentabiliteit te calculeren.

Een organisatie moet rendement behalen om de continuïteit te waarborgen en vervolgens kan met het behaalde rendement (winst) de eigen vermogensverschaffers (aandeelhouders) betaald worden. Deze betaling noemt men een dividenduitkering.

De rendabiliteit, wordt berekend om na te gaan in hoeverre een investering "rendement" oplevert. Dus met andere woorden, of er geld verdiend wordt met een bepaalde investering. Er zijn drie verschillende manieren om de berekening te maken.

 

Interne rentabiliteit

Het verschil tussen de interne rendabiliteit en netto contante waarde-methode (NCW) is dat bij de interne rentabiliteit een percentage wordt berekend, terwijl bij de netto contante waarde een absoluut getal wordt berekend.

 

Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit

Een investeringsbeslissing wordt genomen op basis van een berekening, zoals de gemiddelde boekhoudkundige rendabiliteit. Er wordt in deze berekening rekening gehouden met toekomstig ingaande en uitgaande geldstromen, die voortkomen uit de investering (of het project). Een investering/project kan verschillende zaken omvatten. Denk bijvoorbeeld aan de investering in nieuwe machines in een fabriek, waardoor er geïnvesteerd wordt in vaste of vlottende activa.

 

Gemiddelde geïnvesteerd vermogen

Het gemiddelde geïnvesteerd vermogen is het bedrag dat over een bepaalde periode is ingebracht en vervolgens vaststelt hoe hoog dit bedrag is geweest aan het begin van de periode en aan het eind van de periode. Vervolgens wordt het gemiddelde bepaald. Een investering in machines of andere activa zijn bedoeld om bepaalde doelen te verwezenlijken.

De machine is aangeschaft voor € 10.000,-. De residuwaarde is € 2.000,-. Totaal gaat de machine 4 jaar mee.

Het gemiddelde geïnvesteerde vermogen in jaar 1 = € 10.000 (begin periode) + € 8.000 (eind periode) --> delen door twee is € 9.000,-

De vermindering van € 2.000 in de betreffende periode is het gevolg van afschrijvingen die je berekent door middel van de aanschafwaarde € 10.000,- minus restwaarde € 2.000,- = € 8.000,-. De machine gaat 4 jaar mee dus € 8.000 / 4 = € 2.000,-.

 

Hefboomeffect rentabiliteit

Het hefboomeffect rendabiliteit betekent dat er hogere opbrengsten worden behaald dan de interest van het vreemd vermogen. Als de rendabiliteit van het totaal vermogen hoger is dan de rendabiliteit van het vreemd vermogen is er sprake van een positieve hefboomwerking. Is de rendabiliteit van het totaal vermogen lager dan de rendabiliteit van het vreemd vermogen is er sprake van een negatieve hefboomwerking. Hoe groter het aandeel vreemd vermogen, des te groter is de hefboomwerking.